Bezoek ook eens

WWW.TASMEDES.NL
 
gewijd aan de interactie van geloof en natuurwetenschap


God en de Menselijke Maat:


Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld

door Taede A. Smedes

 

 

Hoofdstukken:

Overige Links:

 

Recensie

NVOX, december 2006, p. 527

(NVOX is de periodiek van de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen)

 


 

GLASHELDER

Nog steeds loopt de discussie over onderwerpen als evolutie en schepping, intelligent design, oerknal en al dat soort controversiële zaken. Smedes is systematisch theoloog en bekijkt de zaken dus van 'de andere kant'. Hij acht de evolutie een reëel gegeven en neemt ook de hypothese van de oerknal aan. Toch laat hij zijn christelijke overtuiging niet los, als hij die confronteert met de natuurwetenschap. Daarbij gaat hij uit van een taalfilosofische benadering: natuurwetenschap en theologie spreken talen met een verschillende grammatica, en een poging om ze in de taal van de een of van de ander tot dialoog te brengen, moet daarom op een mislukking uitlopen. Wanneer je op een natuurwetenschappelijke wijze over God spreekt en denkt, dan wordt Hij gereduceerd tot een menselijke maat. Dan is er voor Hem alleen nog ruimte over voorzover de natuurwetenschap die overlaat. Wie dat onderscheid tussen theologie en natuurwetenschap wel in acht neemt, zal dus geen conflict kunnen ontwaren. Zoals Albert Einstein zei: het zijn twee honden en zolang ze elk in hun eigen hok blijven is er niets aan de hand. Nu heeft Smedes ruimte gemaakt om over God te spreken en brengt hij onderwerpen als schepping (creatio ex nihilo) en oerknal aan de orde. Hij wenst de Big Bang niet gelijk te stellen aan de schepping en wijst erop, dat we voorbij de Planck-tijd van 10 -43 sec de condities niet of slechts bij benadering kennen. En hij besluit het hoofdstuk hierover met de zin: "Voor sommige gelovigen bevestigt het geloof in de oerknal hun geloof in Gods scheppende macht, maar niet op een zodanige manier dat, wanneer de oerknal uiteindelijk voor een andere theorie plaats zou moeten maken, dan hun geloof als een zeepbel uiteen zou spatten."

Smedes bespreekt ook de onderhouding van de wereld en de mogelijkheid van wonderen. Van de eerste zegt hij dat die niet buiten de natuurwetten om gaat, en van de tweede eigenlijk ook. Hij laat zien dat Intelligent Design wel degelijk een redenering is uit de creationistische hoek met de bedoeling uiteindelijk God als de Intelligent Designer aan te wijzen, en daar moet hij gelukkig niets van hebben.

Het prettige van dit boek is dat het zo glashelder redeneert. Theologen hebben vaak de roep zich mistig uit te drukken, nu, daarvan is in dit boek geen sprake. Bovendien kiest Smedes regelmatig leuke voorbeelden, waarin zijn kat dikwijls een rol speelt. Ik vind wel dat hij erg veel hangt aan wat hij de 'aanbiddenswaardigheid' van God noemt. Hij doet me soms denken aan een violist op wiens instrument maar één snaar zit om op te spelen.

Ja, ik kan het boek beslist aanraden aan wie zich bezig houden met de in de aanhef genoemde vragen. Leraren in onze vakken die op school nogal eens moeilijke vragen over dit onderwerp krijgen, kunnen er hun voordeel mee doen. Aanbevolen.

Hans Bouma