|
Bezoek ook eens |
|
|
|
Hoofdstukken:
Overige Links: |
Hoofdstuk 3 Is er een conflict tussen godsdienst en wetenschap? (2) In hoofdstuk 3 (48-63) ga ik verder op het idee dat godsdienst en natuurwetenschap met elkaar in conflict zijn. Dit hoofdstuk is dus filosofisch van aard. Ik ga in op de filosofische veronderstellingen van de conflictvisie: wat betekent het als je zegt dat godsdienst en natuurwetenschap met elkaar in conflict zijn? Ik laat zien dat de veronderstellingen van de conflictvisie te maken hebben met hoe over de relatie tussen God en wereld gedacht wordt. Ik laat zien hoe dat de conflictvisie over God en wereld denkt alsof het concurrenten zijn: er moet blijkbaar iets in de wereld ophouden met werken wanneer we redelijkerwijs nog van Gods handelen willen spreken. Dat concurrentiedenken komt op zijn beurt weer voort uit een bepaalde visie op taal: het spreken over God (religieuze taal) en spreken over de wereld (wetenschappelijke taal) delen dezelfde grammatica. Zowel het concurrentiedenken als het probleem van taal staan in de rest van het boek centraal. De consequentie van het concurrentiedenken en de visie op taal, is - zoals ik door middel van het voorbeeld van de evolutietheorie laat zien - dat God als het ware in onze werkelijkheid wordt binnengetrokken, zodat we in ons spreken en denken van God een object onder geschapen objecten maken. Uiteraard levert dat een probleem op wanneer het gaat over Gods transcendentie. Maar meer nog, Gods aanbiddenswaardigheid komt daardoor in het geding. Gods aanbiddenswaardigheid is volgens mij het belangrijkste criterium binnen de christelijke theologie om de adequaatheid en inadequaatheid van bepaalde religieuze spreekwijzen over God te beoordelen; het is een spreekregel waaraan iedere theologie getoetst moet worden. Als die spreekregel niet in acht wordt genomen, vervallen we gemakkelijk in categoriefouten en inadequate theologie... Detailopmerkingen pagina 49: "Onderzoek in Amerika heeft aangetoond...". Dit onderzoek wordt geciteerd door James W. Proctor in zijn artikel "In __ We Trust: Science, Religion, and Authority", in J.W. Proctor (ed.), Science, Religion, and the Human Experience. New York/Oxford: Oxford University Press 2005, 87-108. Proctor verwijst voor de resultaten van het onderzoek naar de Website can de ISSP: www.issp.org. pagina 50: Boeken van Arthur Peacocke. Onder de Detailopmerkingen van hoofdstuk 11 zal ik een lijstje met boeken van Arthur Peacocke geven. pagina 52:
De onttovering van de wereld. Deze slogan werd door Max Weber
(voor Duitstalige boeken van Weber, zie HIER pagina 54-56: Charles Darwin. De boeken van Darwin zijn nog altijd verkrijgbaar (ook in Nederlandse vertalingen). In 2005 verschenen er een tweetal verzamelingen-in-één-band van de belangrijkste geschriften van Darwin: één onder redactie van Edward O. Wilson, en een andere onder redactie van James D. Watson. Er zijn in de loop der tijd heel wat biografieën over Charles Darwin verschenen. Een selectie van toppers in dit genre:
Ik schrijf onderaan pag. 55 dat Darwin nooit atheïst is geworden, maar zichzelf als agnost zag. Zijn verwerping van het christelijk geloof had niet zozeer te maken met zijn evolutietheorie - zoals vaak gedacht wordt - maar vooral met de dood van zijn tien-jarige dochtertje, zoals beschreven wordt in het bovengenoemde boek van Keynes. (Uiteraard heeft de ontdekking van de evolutietheorie wel een rol gespeeld in zijn persoonlijke secularisatieproces, maar waarschijnlijk geen doorslaggevende.) Er gaan nog altijd verhalen de ronde dat Darwin op zijn sterfbed tot inkeer kwam en zich nog snel even tot het christelijk geloof heeft bekeerd. Dat zijn echter bakerpraatjes, zoals de historicus James Moore in zijn briljante The Darwin Legend (Grand Rapids: Baker Books 1994 en London: Hodder & Stoughton 1995) schrijft. Moore gaat in zijn boek tot op de bodem van de Darwin-legende. pagina 55: William Paley. Het boek van William Paley, Natural Theology: or, Evidences of the Existence and Attributes of the Deity, Collected from the Appearances of Nature is nog altijd verkrijgbaar in verschillende edities: zie HIER en HIER. Uiteindelijk gaat ook Intelligent Design terug op de natuurlijke theologie van Paley. pagina 56-60: Evolutietheorie en religieus geloof. Op deze pagina's lijk ik af te stevenen op een algehele boedelscheiding tussen evolutietheorie en christelijk geloof. Dat merkt ook Henk Hogeboom van Buggenum op in zijn recensie van mijn boek, die gepubliceerd zal worden in Gamma jaargang 13, nr. 3 (september 2006), pag. 59-61. HvB wijst erop dat Teilhard de Chardin in zijn Het Goddelijk Milieu de evolutietheorie juist ziet als Gods immanente werkzaamheid. Deze kritische opmerking is terecht en neem ik ter harte. Immers, ik zeg aan het einde van hoofdstuk 6 en in hoofdstuk 12 dat bepaalde wetenschappelijke theorieën, zoals de oerknaltheorie, voor sommige gelovigen resoneren met religieuze ideeën zoals de creatio ex nihilo. Welnu, dat is uiteraard niet alleen voorbehouden aan de oerknaltheorie. Ook de evolutietheorie kan resoneren met religieuze voorstellingen, zoals de creatio continua. Dat was blijkbaar bij Teilhard de Chardin het geval. Ik heb dat in mijn boek niet beschreven - en dat is een omissie, want dat had ik eigenlijk moeten doen om vertekening te voorkomen. Bovendien is Teilhard de Chardin een uitstekend voorbeeld van iemand die in staat is geweest geloof en natuurwetenschap in zijn persoonlijke bestaan te integreren. pagina 58: over 'redelijkheid' en geloof. Een paar jaar geleden verscheen een mooie studie van de VU-hoogleraar Wessel Stoker over dit onderwerp: Is geloven redelijk? Een geloofsverantwoording. Zoetermeer: Meinema 2004. Er is ontzettend veel geschreven over de redelijkheid van geloof en van theologie. Een aantal aan te bevelen werken hierover zijn:
pagina 59: "Cause laundering". In voetnoot 10 spreek ik over cause laundering - een term die door de fysicus Andrew Porter wordt gebruikt in zijn By the Waters of Naturalism: Theology Perplexed Among the Sciences (Eugene, OR: Wipf and Stock 2001). Deze term noem ik, maar kon ik wegens ruimtegebrek niet verder uitwerken - hetgeen ik hier dus doe. Porter schrijft: If theologians are not careful, we shall be accused of cause laundering: In money laundering, drug lords put their money in bank accounts where it (or its sources) cannot be traced, and then it can be withdrawn and invested in 'legitimate' businesses. Cause laundering is like money laundering. If causes can be traced to places where they cannot be traced any further, then a theologian is free to use them for his own purposes, such as ascribing them to 'acts of God'. Now classical chaos could be called classical cause laundering, because there are real causes that go into the laundry, and are untraceable when they come out. But quantum cause laundering is the drug lord's dream machine! There are no causes that go in, and yet effects come out, and they are guaranteed to be untraceable forever. If only drug money worked that way! (p. 6) Het punt van Porter is het volgende: In witwaspraktijken met geld kunnen de geldstromen niet langer worden nagegaan; in 'witwaspraktijken' met causaliteit kunnen de oorzaken van bepaalde effecten niet worden achterhaald. Een voorbeeld: In de jaren '60 van de vorige eeuw was de quantummechanica een erg geliefd onderwerp om Gods handelen in de wereld ter sprake te brengen. Immers, het leek erop dat er op quantumniveau werkelijk sprake was van niet-veroorzaakte gebeurtenissen; gebeurtenissen dus waarvan de oorzaak niet achterhaald kon worden. Het was dan dus ook mogelijk, aldus veel theologen, dat God op quantumniveau handelt. Als God op quantumniveau handelt, dan zou dat immers nooit detecteerbaar zijn. Dat is volgens Porter precies een voorbeeld van theologische witwaspraktijken waarbij van bepaalde effecten waarvan de oorzaken door mensen niet kunnen worden achterhaald (of afwezig zijn), God als een duveltje uit een doosje wordt ingevoerd. Theologen gaan dan met oorzakelijkheid aan de haal. Probleem met een dergelijke voorstelling van zaken volgens Porter is dat God hier dus tot oorzaak onder oorzaken wordt gereduceerd. Een terecht bezwaar, zoals ik ook elders in het boek aangeef. Er zijn overigens nog altijd theologen en wetenschappers die Gods handelen door middel van quantummechanica ter sprake willen brengen. Voorbeelden zijn te vinden in:
Een stevige kritiek op het gebruik van quantummechanica wordt gegeven door:
pagina 62: Anselmus van Canterbury. De werken van Anselmus zijn nog altijd te krijgen en behoren tot de klassieken van de Westerse filosofie en theologie. Een goede editie is DEZE. Een goede editie van zijn Proslogion is HIER te vinden. De Stanford Encyclopedia of Philosophy geeft een goede beschrijving van Anselmus' leven en werk: zie HIER.
|
"Het probleem tussen geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem dat helemaal niet bestaat. ... ik denk dat veel benaderingen in religion & science theologisch gezien bullshit zijn." (p. 33)
ISBN 9021141132, €
19,50
|
|
|
||