Bezoek ook eens

WWW.TASMEDES.NL
 
gewijd aan de interactie van geloof en natuurwetenschap


God en de Menselijke Maat:


Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld

door Taede A. Smedes

 

 

Hoofdstukken:

Overige Links:

 

 

Hoofdstuk 11

Bemoeit God zich nog met ons? Rondom het gebruik van kenosis


Ik heb regelmatig de vraag horen stellen: Bemoeit God zich nog met ons? Hoe komt het dat we zo weinig van God merken? Handelt God überhaupt nog? Die vragen liggen ten grondslag aan hoofdstuk 11 (188-208).

Het spreken over Gods handelen beweegt zichzelf altijd in het spanningsveld tussen twee uitersten. Ten eerste is er een sterke interpretatie van Gods concursus (Gods mede-werken met en in geschapen oorzaken, inclusief handelingen van schepselen). Die sterke interpretatie luidt dat, wanneer een schepsel een handeling wil verrichten, God in die handeling moet 'meewerken' omdat die handeling anders niet tot stand kan komen. Echter, volgens de sterkste interpretatie is alles wat er gebeurt in de wereld een handeling van God en is er van schepselmatige (inclusief menselijke) vrijheid geen sprake meer. Vandaar dat ik in dit hoofdstuk voor een zwakkere interpretatie van concursus opteer.

Het andere uiterste is de bewering dat God  aan de wereld een dusdanig grote autonomie heeft gegeven, dat God eigenlijk helemaal niet meer ingrijpt. God heeft zijn invloed op het wereldgebeuren vrijwillig ingeperkt. Een dergelijke visie wordt vaak beschreven onder de noemer van kenosis. Het gebruik van deze term drukt vaak uit (1) dat de schepping een sterke autonomie en integriteit heeft tegenover de Schepper, (2) dat God zijn almacht vrijwillig heeft ingeperkt om de vrijheid en integriteit van de schepping te waarborgen, en (3) dat God ook zijn alwetendheid vrijwillig heeft ingeperkt om dezelfde reden. Ik bespreek kort de kenotische theologie van Arthur Peacocke en geef vervolgens aan waarom ik Peacockes gebruik van kenosis theologisch inadequaat beoordeel. Niet alleen denk ik dat er filosofische problemen kleven aan zijn gebruik van kenosis, maar vooral wordt zijn theologie een hopeloze theologie: een wezen dat de schepping als een experiment begint (wat volgens Peacocke fout kan gaan), is een knoeier en prutser maar geen aanbiddenswaardige God. Ik geef aan hoe die conceptuele en theologische problemen met kenosis voortkomen uit categoriefouten. Tegelijkertijd stel ik voor hoe we over kenosis kunnen spreken zonder de categoriefouten die Peacocke (en anderen) maken.

In het laatste deel van dit hoofdstuk geef ik een voorbeeld van een mijns inziens zeer legitieme poging om kenosis met de afwezigheid van God in lijdenservaringen te verwoorden: Hans Jonas. Ik geef daarbij aan dat Jonas' existentiële benadering van kenosis in relatie tot ervaringen van kwaad en lijden een enorme uitdaging voor de christelijke theologie vormt - een uitdaging waar ik geen antwoord op heb.


Detailopmerkingen

Literatuurlijst over kenosis:

pagina 189v.: Concursus. Wie enigszins thuis is in de christelijke theologie, zal bij de sterke interpretatie van Gods concursus al gauw denken aan de aloude doctrine van predestinatie. En inderdaad kan een sterke interpretatie van Gods concursus makkelijk met Gods 'verkiezing' verbonden worden (hoewel het er niet mee geïdentificeerd moet worden). Wie meer over predestinatie/verkiezing wil weten, kan terecht bij de volgende boeken:

pagina 194v.: Gods eigenschappen (almacht, alwetendheid). Zie hoofdstuk 4 voor een lijst van boeken over de godsleer, waarin ook Gods eigenschappen ter spraken komen. Zoals uit het voorgaande boekenlijstje over predestinatie wel duidelijk zal zijn geworden, is de predestinatieleer ook sterk verbonden met Gods kennis, in het bijzonder Gods voorkennis (zie het boek van Ockham). De strategie van kenosis-denkers lijkt dan ook te zijn: door aan Gods alwetendheid te tornen, wordt ook de predestinatieleer ondermijnd, zodat opnieuw de menselijke vrijheid kan worden gewaarborgd.

pagina 196v.: Het experiment schepping. Arthur Peacocke is niet de enige die het toepasselijk vindt om over Gods schepping als een experiment te spreken. In Nederland heeft de theoloog Gijs Dingemans in enkele boeken hetzelfde idee verwoord. Zie bijvoorbeeld:

  • G.D.J. Dingemans, Het experiment 'wereld': Gods scheppende kracht volgens Genesis 1-11. Zoetermeer: Boekencentrum 1998.

  • G.D.J. Dingemans, De stem van de Roepende: Pneumatheologie. Kampen: Kok 2000.

pagina 199: Analogie van proportionaliteit. De analogie van proportionaliteit werd vooral gebruikt door Thomas van Aquino. Een aantal websites leggen helder uit waar het over gaat bij deze vorm van analogie:

pagina 204v.: Hans Jonas. Over Hans Jonas is een en ander op Internet te vinden, bijvoorbeeld op de Duitse Wikipedia. In Berlijn is er een Hans Jonas-Zentrum.

Wat betreft zijn boeken, de meeste daarvan zijn nog altijd in druk. Zowel Engelse vertalingen als Duitse uitgaven zijn nog volop verkrijgbaar.

Jonas' kenosis-mythe is in zijn oorspronkelijke staat te vinden in zijn essay Zwischen Nichts und Ewigkeit: Zur Lehre vom Menschen (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht 1987). Later heeft Jonas de mythe opnieuw opgepakt en omgewerkt voor zijn essay Der Gottesbegriff nach Auschwitz: Eine Jüdische Stimme (Frankfurt a.M.: Suhrkamp Verlag 1987) - ook opgenomen in H. Jonas, Gedanken über Gott: Drei Versuche (Frankfurt a.M.: Suhrkamp Verlag 1994) en H.Jonas, Philosophische Untersuchungen und metaphysische Vermutungen (Frankfurt a.M./Leipzig: Insel Verlag 1992).

Een Engelse vertaling van het Gottesbegriff-essay is verschenen in H. Jonas, Mortality and Morality: A Search for Good After Auschwitz. Evanston, Ill: Northwestern University Press 1996.

Een mooi boek wat Jonas' behandeling van de godsvraag uitvoerig analyseert is: T. Schieder, Weltabenteuer Gottes: Die Gottesfrage bei Hans Jonas. Zürich: Schöningh 1998. Een Engelstalige analyse van Hans Jonas' denken en godsbegrip is voor zover ik kon nagaan nog niet verschenen.

 

 

 

"Het probleem tussen geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem dat helemaal niet bestaat. ... ik denk dat veel benaderingen in religion & science theologisch gezien bullshit zijn." (p. 33)

ISBN 9021141132,  € 19,50