|
Bezoek ook eens |
|
|
|
Hoofdstukken:
Overige Links: |
Inleiding & Hoofdstuk 1 Theologie en spreken over God In de inleiding (11-21) leg ik uit waar het mij in dit boek om gaat: om het culturele sciëntisme. Ik versta onder 'cultureel sciëntisme' de invloed van natuurwetenschappelijke manieren van denken over en omgaan met zaken waar we in ons dagelijks leven mee te maken hebben. Ook religieuze zaken worden vandaag de dag veelal benaderd vanuit een natuurwetenschappelijke houding. Wat er dan mis gaat met het spreken over God, dat is het onderwerp van dit boek. Kort gezegd komt het erop neer dat wanneer er op een natuurwetenschappelijke wijze over God gedacht en gesproken wordt, God wordt gereduceerd tot de menselijke maat. Over God kan dan nog slechts gesproken en gedacht worden op momenten dat er natuurwetenschappelijk gezien ruimte voor is. Bovendien lijkt ons voorstellingsvermogen de grens voor wat überhaupt mogelijk is. Vervolgens gaat hoofdstuk 1 (22-34) over de vraag wat theologie is, of liever: wat ik in dit boek onder 'theologie' versta. Met 'theologie' bedoel ik in dit boek eigenlijk systematische theologie. Voor mij is systematische theologie altijd op zoek naar de grammatica van het geloof. Daarmee bedoel ik dat systematisch theologen zoeken naar de regels die gelovigen impliciet hanteren in hun geloofsuitingen of wanneer ze hun geloofsbeleving onder woorden brengen. Die regels zijn spreekregels voor adequaat religieus taalgebruik. In dit boek gebruik ik het enkelvoud, 'grammatica', maar dat sluit niet uit dat er meerdere 'grammatica's' kunnen zijn. Er is waarschijnlijk niet één grammatica van het geloof, net zo min als het geloof bestaat. Er zijn verschillende manieren om over God te spreken, net zoals er verschillende manieren zijn om te geloven. Toch spreek ik in dit boek over 'de' grammatica en 'het' geloof om de zaken niet ingewikkelder te maken dan ze noodgedwongen toch al zijn. Voor mij heeft theologie dus heel fundamenteel met taal en taalgebruik te maken. Wat een systematisch theoloog doet is kijken welk taalgebruik als adequaat wordt ervaren en waar taalgebruik de mist in gaat. Dat laatste is met name het geval wanneer er categoriefouten worden gemaakt in het spreken en denken over God. In dat geval wordt een plaatje wat gebruikt wordt om iets duidelijk te maken verward met datgene wat met dat plaatje wordt aangeduid. Normaliter gebruiken wij taal om te spreken over zaken binnen onze leefwereld. Die taal gebruiken we ook wanneer we over God spreken, want we hebben geen andere taal. Problemen ontstaan echter wanneer niet voldoende in acht wordt genomen dat God niet een ding of een object is binnen onze leefwereld en dat onze taal dus eigenlijk nooit voldoet om over God te spreken. Wanneer we onze taal te serieus nemen, dan denken we over God alsof hij een ding is in onze werkelijkheid. In dat geval gaat het spreken en denken over God mis en worden de verkeerde conclusies getrokken. Dan nemen we God de menselijke maat. In dit boek wil ik dan vooral laten zien hoe de natuurwetenschappen het spreken over God problematiseren. Of liever: lijken te problematiseren. Want ik denk dat niet de natuurwetenschappen het probleem zijn voor een theologie van Gods handelen, maar juist hoe theologisch adequaat over God en Gods handelen gedacht kan worden. Dit boek is dan ook een poging om het conflictidee - de voorstelling dat theologie en natuurwetenschap met elkaar in conflict zijn - te ontluisteren in plaats van te bestrijden. Ik laat zien dat een conflict tussen geloof en natuurwetenschap gebakken lucht is, bullshit dus. Dat doe ik door met de lezer in dit boek een zoektocht te ondernemen naar de eigen logica van het gelovig spreken over de relatie tussen God en wereld. Detailopmerkingen pagina 11: 'God dobbelt niet': Einstein heeft deze uitspraak ook geparafraseerd in een brief aan Max Born, waarvan ik hier de Engelse vertaling (die ik toevallig vond) geef: Quantum mechanics is certainly imposing. But an inner voice tells me that it is not yet the real thing. The theory says a lot, but does not really bring us any closer to the secret of the 'old one.' I, at any rate, am convincced that He is not playing at dice. Uit: Max Born, The Born-Einstein Letters. New York: Walker and Co. 1971, 91. pagina 22: de kwestie over waarheid. Zoals ik aangeef, is het begrip 'waarheid' zeer problematisch. Tijdens de "Maand van de Filosofie" in 2006 verscheen daarover een leuk boekje van Angela Roothaan, Wat is Waar? (Kampen: Ten Have 2006), wat in eenvoudige bewoordingen uitlegt waar het in discussies over waarheid om gaat. Haar mild relativistische visie vind ik erg aantrekkelijk, zoals ook uit de rest van mijn boek wel blijkt. pagina 23vv: over de wetenschappelijkheid van de theologie. Of theologie een wetenschap is of niet, of theologie aan een universiteit thuishoort of niet - daarover is in Nederland de afgelopen jaren heel wat afgekibbeld. De volgende boeken zijn in dat verband van belang:
pagina 25: systematische theologie en de grammatica van het geloof. De Duitse systematisch theoloog Christoph Schwöbel drukt het zo uit: systematische theologie is "the self-explication of Christian faith." Zie C. Schwöbel, God, Action and Revelation. Kampen: Kok Pharos 1992, 10. Schwöbels beschrijving van de taak van systematische theologie (ibid., 10-14) is een inspiratiebron geweest. Schwöbel heeft dit ook uitgewerkt in het hoofdstuk "Doing Systematic Theology - Das Handwerk der Systematischen Theologie" in: Gott in Beziehung: Studien zur Dogmatik. Tübingen: Mohr Siebeck 2002, 1-24. pagina 28v: tijdsfilosofie. De tijdsfilosofie is een bloeiende filosofische tak. Als het over tijd gaat wordt vaak Augustinus geciteerd om het probleem met denken over tijd aan te geven. Geparafraseerd zei Augustinus: "Wat is tijd? Als iemand het me vraagt weet ik het niet, als niemand het me vraagt, weet ik het." Toch valt er wel wat meer over tijd te zeggen, en dat doet de tijdsfilosofie. Soms wordt tijd ook onder 'metafysica' geschaard, maar mede onder invloed van Engelse filosofen heeft de tijdsfilosofie een zekere zelfstandigheid verkregen. Een selectie van boeken:
pagina 30: het verband tussen spreken van een taal en denken. In mijn optiek is er een zeer intieme relatie tussen denken en het gebruik van taal. Of beter gezegd: het taalgebruik beïnvloedt hoe de werkelijkheid wordt waargenomen. Dat is niet een uit de duim gezogen stelling, maar is door verschillende wetenschappers vastgesteld. Een klein oriënterend boekenlijstje:
pagina 33: over bullshit. De Princeton hoogleraar Harry Frankfurt heeft een klein traktaatje geschreven over bullshit, getiteld On Bullshit. (Princeton: Princeton University Press 2005). Net toen mijn boek uitkwam, verscheen een Nederlandse vertaling: Bullshit: Waarom er zoveel wordt geluld. Amsterdam: De Arbeiderspers 2006. Wie geïnteresseerd is om meer van Frankfurt te lezen: het boekje On Bullshit is ook integraal opgenomen in zijn prachtige boek The Importance of What We Care About. Cambridge: Cambridge University Press 1988.
|
"Het probleem tussen geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem dat helemaal niet bestaat. ... ik denk dat veel benaderingen in religion & science theologisch gezien bullshit zijn." (p. 33)
ISBN 9021141132, €
19,50
|
|
|
||