Bezoek ook eens

WWW.TASMEDES.NL
 
geheel gewijd aan de interactie van geloof en natuurwetenschap


God en de Menselijke Maat:


Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld

door Taede A. Smedes

(verschenen bij Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2006; ISBN 9021141132)

 

Hoofdstukken:

 

Overige Links:

 

Algemeen

Over het boek & de omslag


Over het boek

Ik geef toe dat toen ik het eerste exemplaar van mijn boek opende, dat dit zeer vervreemdend werkte. Tijden heb ik het boek alleen gekend als een stapel A4tjes of een verzameling letters op een beeldscherm - en plotseling is het een boek, wat je kunt ruiken en kunt doorbladeren en, o ja, ook nog lezen! Het was net alsof het een boek van iemand anders was, alsof ik niet de schrijver ervan was. En toen ik op een zaterdag in Den Haag boekhandel Verwijs binnenliep (de zaterdag nadat het boek was verschenen) en daar een stapeltje van mijn eigen boeken zag liggen, was dat nog veel vreemder. "Eindelijk is het er en kunnen mensen het kopen", dacht ik en tegelijkertijd is het ook raar: "Is dat mijn boek?" Ja, het is mijn boek - een boek wat ik wilde schrijven precies zoals het er gekomen is. Een boek dat me meer aan het hart gaat dan mijn dissertatie Chaos, Complexity, and God, omdat dat een boek was dat geschreven moest worden, terwijl dit boek er gewoon mag zijn. Het is ook een persoonlijk boek, omdat ik er voor mijn eigen gevoel in geslaagd ben mijn fascinatie voor een bepaald onderwerp (de verhouding tussen theologie en natuurwetenschap) heel goed onder woorden te brengen. Misschien was het ijdel, maar ik ben zodra ik het boek gekregen had, gaan lezen alsof iemand anders het geschreven had. En ik dacht nog: dit is een boek dat ik zeker gekocht had, als iemand anders het geschreven zou hebben. Degene die het boek mocht schrijven, was ik.

Waarom schrijft iemand een boek? Daar kunnen veel redenen voor zijn. Als iemand mij zou vragen: Waarom heb je dit boek geschreven, dan zou ik het volgende lijstje met redenen en motieven noemen.

Popularisering...

Ik ben oorspronkelijk aan dit boek begonnen met schrijven tijdens het werk aan mijn dissertatie, waarschijnlijk zo ergens in 2002. De drijfveer om een boek als dit te schrijven was eigenlijk om de dingen die mij fascineren op een persoonlijke manier over te brengen. Veel van het onderzoek wat aan universiteiten gedaan wordt, wordt in moeilijke boeken gepubliceerd, die vooral gelezen worden door collega-onderzoekers. Ik merkte met name in de periode dat ik nog af en toe in de Hervormde Kerk preekte, dat veel gemeenteleden zeer geïnteresseerd waren in mijn onderzoek - en dan met name naar de vraag naar Gods handelen - maar dat ze terugdeinsden om een boek als mijn proefschrift te gaan lezen. En ik geef toe, een proefschrift is (meestal) niet een erg leuk boek om te lezen. Toegankelijkheid was dus een reden om een andersoortig boek te gaan schrijven. Populariseren is voor veel wetenschappers een vies woord, maar dat was precies wat ik wilde.

Communicatie...

Een andere reden was simpelweg dat ik het ontzettend leuk vind om zaken die vrij ingewikkeld zijn te communiceren op een manier die (hopelijk) ook voor anderen te begrijpen is. Over Gods handelen zijn veel boeken geschreven en ik merkte tijdens mijn onderzoek dat 'Gods handelen' op zich een veld van onderzoek is wat zo ontzettend veel aspecten kent, dat het bijzonder moeilijk is om een overzicht te krijgen van wat er allemaal in meespeelt. Dit boek was ook voor mijzelf een oefening om het overzicht te krijgen. Maar bovendien was het bedoeld om dat overzicht weer naar een breder publiek te communiceren. Immers, zelfs in reclamespotjes wordt naar de 'hand van God' gerefereerd en in kerken wordt over het handelen van God gesproken (of er wordt om gebeden). Maar waar hebben we het over als we over 'Gods handelen' spreken? Om dat in begrijpelijke taal en met veel concrete voorbeelden uit te leggen, dat is de doelstelling van dit boek.

Inhaken op de actualiteit...

In de laatste twee jaren is ook een reden geworden, dat er in Nederland een groeiende belangstelling is ontstaan voor religie, hoe religie functioneert, hoe religie zich tot de samenleving en tot andere uitingen van cultuur. Neem de Nederlandse discussie over Intelligent Design. ID is al jaren inzet van hevige discussies in Amerika en plotseling barstte het in Nederland los. Kwam dat omdat de discussie in vruchtbare bodem viel? Misschien, maar niet omdat er nu plotseling genoeg ID-aanhangers waren om een discussie los te peuteren. Nee, mijns inziens had de enorme interesse voor ID vooral te maken met de rol van religie in onze Nederlandse samenleving. Veel gelovigen voelen zich, denk ik, door de politiek niet langer serieus genomen. Godsdienstige argumenten spelen geen rol meer in het publieke debat en veel 'verlichte' politici menen dat godsdienstige overtuigingen zelfs geen rol zouden mogen spelen. Alsof je een religieuze overtuiging zomaar even kunt uitschakelen als het zo uitkomt. ID was voor veel gelovigen een aanknopingspunt om religie weer in het publieke debat te brengen. Op het moment dat je je religieuze overtuigingen wetenschappelijk kunt onderbouwen, kan religie weer functioneren in de samenleving. Dan zou een religieuze overtuiging aan plausibiliteit gewonnen hebben. Dan zou het serieus te nemen zijn.

Uiteraard spelen hier veel vragen mee. Wat is religie eigenlijk? Gaat het bij religie om het aannemen van onbewezen stellingen, bijvoorbeeld de onbewezen stelling dat er een bovenwerelds Opperwezen bestaat? Of is religie wat anders? (Ik denk dat laatste, maar dat staat allemaal wel in het boek.) En waarom moeten uitgerekend de natuurwetenschappen er aan te pas komen om religie opnieuw geloofwaardigheid te verschaffen? Wat zit daarachter? Ook dat is een vraag die uitgebreid in mijn boek aan de orde komt. De actualiteit van kwesties omtrent - heel breed gezegd - de rol van religie in de samenleving speelden ook mee in het schrijven van dit boek.

Een leemte opvullen...

Nog een motief om het boek te schrijven, was dat een boek als dit er nog niet was. Dat geldt met name voor het Nederlandse taalgebied. In het Engels zijn al heel wat boeken over Divine Action verschenen, maar in Nederland nog niet. Dat wil niet zeggen dat dit boek ook aan de Engelse literatuur niets zou hebben toe te voegen - integendeel! De meeste theologische boeken over DI gaan amper in op het natuurwetenschappelijk wereldbeeld, terwijl boeken over DI en het natuurwetenschappelijk wereldbeeld theologisch vaak zeer mager zijn. Ook hieraan wilde ik een bijdrage leveren.

... en natuurlijk de kik van het schrijven

Ten slotte was het gewoon superleuk om zo'n boek te schrijven! Het geeft een kik om eraan te werken, het te zien groeien en, uiteindelijk, uitgegeven te zien worden. En ik hoop dat het een kik geeft om de reacties te horen en te lezen. Want uiteindelijk heb ik het boek geschreven omdat ik hoop dat de lezers er een kik van zullen krijgen. Want hoewel het mijn boek is - een theologisch reisverslag van een fascinerende zoektocht naar een te weinig belicht onderwerp - heb ik bij het schrijven voortdurend de potentiële lezer voor ogen gehad. Er zijn zoveel theologen en filosofen die voortdurend schrijven - maar ik wil ook graag gelezen worden...

Over de structuur van het boek

Hoe ziet de structuur van het boek eruit? In het boek maak ik een aantal onderscheidingen in het spreken over Gods handelen. Deze onderscheidingen zijn 'klassieke' onderscheidingen, d.w.z. je komt ze in veel klassieke dogmatieken tegen. Aan de hand van de onderscheidingen kan het volgende schema gemaakt worden, wat als een soort van 'routekaart' van het boek gelezen kan worden (de Latijnse namen worden in het boek uitgelegd):

Centraal in het boek staat dus de vraag naar Gods handelen in relatie tot het natuurwetenschappelijke wereldbeeld. Kunnen we nog zinvol over Gods handelen spreken? Om die vraag adequaat te kunnen benaderen, zullen we de vraag moeten stellen wat er met 'Gods handelen' bedoeld wordt. Het spreken over Gods handelen vindt plaats in een religieus kader, dus het is dan ook vanzelfsprekend om hier te beginnen. Ik neem mijn insteek in de religieuze traditie die ik het beste ken, de christelijke (met name protestantse) traditie en stel dan de vraag: Hoe wordt in de christelijke traditie over Gods handelen gesproken? De 'routekaart' van dat spreken heb ik hierboven gegeven. Vervolgens is de vraag: Hoe verhoudt zich dat spreken tot natuurwetenschappelijke uitspraken over de wereld?

Hoe ziet dan vervolgens de opbouw van het boek eruit? Ik zal een heel korte samenvatting geven. In het enigszins methodisch opgezette eerste hoofdstuk leg ik uit wat ik als de taak van de theologie beschouw: het analyseren en toetsen op adequaatheid van het spreken over God. Theologie heeft dus voor mij alles te maken met taalgebruik en de 'categoriefouten' die in het spreken over God worden gemaakt. Centraal criterium van die beoordeling is de aanbiddenswaardigheid van God. In hoofdstuk twee en drie wend ik mij dan tot het veld van religion & science. In die hoofdstukken ga ik in op het nog altijd populaire idee dat er een conflict is tussen godsdienst en wetenschap. In hoofdstuk twee schets ik de historische achtergronden van het conflictidee in Amerika en Europa. In hoofdstuk drie leg ik uit waarom ik denk dat een conflict tussen beide een illusie is, die berust op een categoriefout. Die categoriefout is te herleiden tot het culturele sciëntisme dat de natuurwetenschappelijke kennis en derhalve de mens tot maat aller dingen verheft, inclusief het spreken over God.

In hoofdstuk vier maak ik een begin met een analyse van het gelovig spreken over God om zo te pogen de eigenheid van het religieuze spreken te achterhalen. Wat doen gelovigen en theologen wanneer ze over God spreken? Wat of wie wordt met 'God' aangeduid? Vervolgens, in hoofdstuk vijf, wordt dat spreken over God meer toegespitst op spreken over Gods handelen, door nauwkeurig te kijken wat er wordt bedoeld met spreken over de wereld als 'schepping'. Hoofdstuk zes is dan een reflectie over de relatie tussen het christelijk spreken over schepping en het natuurwetenschappelijk spreken over de oerknal. Sluiten schepping en oerknal elkaar uit, zijn ze compatibel, of is er iets heel anders aan de hand?

In hoofdstuk zeven komt expliciet de vraag aan de orde wat bedoeld wordt als er gesproken wordt over 'Gods handelen'. Wat bedoelen we met 'handelen in het algemeen en wat bedoelen gelovigen als ze specifiek over Gods handelen spreken? Het betoog over Gods handleen wordt voortgezet in hoofdstuk acht, dat het spreken over Gods voorzienigheid tot uitgangspunt neemt. Hoofdstuk negen bespreekt de natuurwetenschappelijke problemen met het wonderbegrip en hoe daar theologisch mee om kan worden gegaan. De actuele discussie over Gods handelen en Intelligent Design wordt in hoofdstuk 10 aan de orde gesteld. Ik geef niet alleen een overzicht van de hoofdspunten van ID, maar geef bovendien aan waarom ik, vanuit een theologisch perspectief, ID eigenlijk onzin vindt.

In hoofdstuk elf ga ik in op het recente idee dat God de wereld een zeer grote zelfstandigheid heeft toegewezen. Dit idee wordt vaak uitgewerkt met een beroep op het begrip kenosis ('zelfbeperking' Gods). Hoofdstuk twaalf, ten slotte, is een afrondende reflectie over de resultaten uit de voorgaande hoofdstukken en de vraag hoe de interactie tussen theologie en natuurwetenschap verder voortgezet kan worden, met inachtneming van de in dit boek besproken punten.


Over de omslag

Op de omslag is een prachtig schilderij van William Blake (1757-1827) te zien. Het schilderij van William Blake is met opzet gekozen, ook vanwege de mooie kleuren. Het schilderij geeft heel mooi aan in wat voor een ingewikkelde situatie wij mensen verwikkeld zijn als we over God willen spreken. In het schilderij is God afgebeeld als een iemand die de wereld de maat neemt. God heeft een passer vast, waarmee hij de wereld naar wiskundige proporties schept. Dus - zou iemand wellicht zeggen - het is hier niet de mens die God de maat neemt (naar menselijke maat), maar het is juist God die de wereld en de mens de maat neemt. Klopt dat dan wel met de titel van het boek?

Je moet hier echter bedenken dat het gaat om een verbeelding van Blake. God is afgebeeld als een man met een woeste haardos die beweegt in de turbulente wind die blijkbaar waait. God lijkt hier wel verdacht veel op een mens! Het is dus Blake die hier God afbeeldt als een uitvergroot mens, als een ingenieur of architect met gereedschap, of als de man met de witte baard op een wolk.

Oftewel: in dit schilderij komt de ambivalente verhouding tot uiting die Kuitert ergens verwoord heeft als: "alles wat over Boven wordt gezegd, komt van beneden." Gelovigen spreken over God, maar doen dat altijd in mensentaal, die antropocentrisch en bovendien cultureel bepaald is. Maar is dat erg? Deze vraag behandel ik in dit boek door in te gaan op één van de centrale punten van het christelijk geloof, namelijk de overtuiging dat God nog altijd werkzaam is in onze werkelijkheid. Maar wat bedoelen we eigenlijk als we dat zeggen? En hoe verhoudt zich dat tot het natuurwetenschappelijke wereldbeeld? Dat zijn de vragen die ik in dit boek behandel.


 

"Het probleem tussen geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem dat helemaal niet bestaat. ... ik denk dat veel benaderingen in religion & science theologisch gezien bullshit zijn." (p. 33)

ISBN 9021141132,  € 19,50
 

 

Taede A. Smedes